Voorwoord Mijn tweede kans Dagboek Foto's Film contact Links

Mijn verhaal

Op zondagmiddag 5 april 1998 verandert ons leven van het ene op het andere moment. Wij waren begonnen met een verbouwing van ons huis en hadden op vrijdag en zaterdag de gehele kamer uitgebroken zoals de vloer, de balken van de vloer en het rookkanaal. Zaterdags heb ik ook nog ± 8 kubieke meter zand in de kamer gestort, vlak gemaakt en aangewaterd, alles bij elkaar een behoorlijke klus.

Op zondag is er meestal het familieonderonsje bij oma en opa en verder niet al te veel beslommeringen. Daar we niet in de kamer konden en niet de hele middag op een beperkte ruimte wilde doorbrengen, besloten we een rondje te gaan toeren met de auto. We zijn een uurtje of anderhalf weggeweest. Toen we terug kwamen zijn we in de keuken gaan zitten om wat tv te kijken.

Ik nam een handje vol pinda’s en voelde me na een tijdje niet lekker worden. Ik moest plots naar de wc en tegen mijn vrouw Ria zei ik dat misschien de pinda’s dat veroorzaakte. Ik kreeg op dat moment ook last van mijn keel. Het werd helemaal heftig toen ik daarbij een sigaret opstak. Toen kreeg ik het plots heel erg benauwd. Op dat moment besloot Ria een dokter te bellen, alhoewel ik (eigenwijs) het daar niet mee eens was. Het zou wel overgaan dacht ik, maar na wat langer gewacht te hebben werd het duidelijk dat er toch iets moest gebeuren. De dienstdoende arts Dr. Sikkema, was er na het verhaal verteld te hebben binnen enkele minuten. In eerste instantie dacht hij aan een allergische reactie i.v.m. de pinda’s, maar de klachten hielden onverminderd aan. Dit gaf verwarring omdat de klachten ook op een eventueel hartinfarct konden duiden. De arts gaf toen aan om voor alle zekerheid naar de EHBO in het Twee Steden in Tilburg te gaan. Omdat hij het toch niet helemaal vertrouwde, probeerde hij het nog met een tabletje onder de tong, om te kijken of de klachten dan af zouden nemen.
Na korte tijd namen de klachten wat af. Toen was het voor de arts duidelijk wat er aan de hand was en ging bellen voor een ambulance. Achteraf heeft hij de juiste keuze gemaakt omdat de klachten verwarrend waren.
De ambulance stond vrij snel voor de deur. Ik dacht er zelf wel naar toe te kunnen lopen, omdat ik niet zo kapot ben van die "show" voor de deur. Dit schoot de huisarts in het verkeerde keelgat en gaf in niet mis te verstane bewoording aan wat hij ervan dacht. Het zat er dik in dat ik op dat moment wel een hartinfarct doormaakte.
Ik werd daarna thuis nog aangesloten op een monitor en er werd een infuus aangelegd, waarna ik op de brancard moest plaats nemen. Ik werd in de ziekenwagen gelegd en afgevoerd naar het Twee Steden ziekenhuis in Tilburg onder het toeziend oog van de inmiddels toegestroomde toeschouwers.
Voor mijn zoon Gert Jan is dat een heel vervelend moment geweest, hij moest achterblijven bij zijn tante Petra en oom Peter die aan de overkant van onze straat wonen. Zonder precies te weten wat er aan de hand was, zag hij de ambulance vertrekken met daarin zijn vader.
Wij realiseerden ons dit pas achteraf.

Eenmaal aangekomen bij de EHBO gaat alles op routine zoals de monitor overnemen, bloedprikken, longfoto’s maken enz. Op dat moment ben je overgeleverd aan de verpleging en assistenten en je bent de controle dan helemaal kwijt.

Toen de klachten afgenomen waren dacht ik (eigenwijs) ik dat ik wel weer naar huis kon. De reden van die gedachte was, dat op de maandag die volgde de praktijkexamens begonnen van de lasopleidingen bij VLH Lasopleidingen B.V. in Hapert. Als coördinator en instructeur van deze opleidingen meende ik dat ik daar ten koste van alles bij moest zijn, omdat in mijn gedachte het anders niet goed ging komen. Dit gaf ik ook te kennen aan de verpleegster die op dat moment de verzorging deed. Zij had echter een heel andere mening dan ik . Al protesterend werd ik, nog steeds denkend dat het allemaal wel meeviel, naar de hartbewaking op afdeling 5c gebracht. Toen ik daar helemaal aangesloten lag, besefte ik dat het geen onzin was. Ik gaf me over aan de gedachte dat ons leven nooit meer hetzelfde zou zijn. 

Eenmaal berustend in het feit dat je dan toch wat mankeert, gaat alles weer gewoon zijn gang.
Er wordt een maaltijd genuttigd, en tussen door kreeg ik ook een injectie (lasix) om het overtollige vocht achter de longen weg te halen. Dit goedje werkt redelijk snel en al vlug vraag je jezelf af, waar het allemaal vandaan komt. Dan vraagt Ria op een gegeven moment aan mij, of ik mijn moeder niet in moet lichten, zij wist namelijk nog van niets. Dit zou niet gemakkelijk worden, omdat ze dit alles zelf al eens meegemaakt had met mijn vader. Ik verzamelde al mijn moed bij elkaar en belde haar. Ze nam de telefoon op, en ik zei zoals altijd “ja, met mij” waarop ze verbaasd vroeg, heeft ons Marian (haar zus) jou soms gebeld, (achteraf zou duidelijk worden waarom ze me dit vroeg). Ik gaf een ontkennend antwoord, en vroeg haar waar dat ze dacht dat ik was. Ze zegt, dat zal niet ver weg zijn ( ze woonde namelijk ongeveer 300 meter bij mij vandaan).

Ik zei tegen haar dat ik (door ons zo genoemd) in die “witte bouw” lag. Hierop kwam de vraag wat doe jij daar, en ik vertelde toen haar voorzichtig dat ik een hartinfarct had doorgemaakt. Hierop reageerde ze zoals verwacht. Ze barstte in huilen uit, en raakte in totale paniek met de bekende kreten van waarom, hoe moet het nou verder, en je bent net aan het verbouwen en zie je wel dat je te gek hebt gedaan. Toen ze enigszins rustiger werd vertelde ik haar wat er was voorgevallen en dat alles nu onder controle was. Ik nam afscheid van haar omdat ze  bloed moesten prikken, wat de verpleging om een bepaalde periode moest herhalen. Ria nam de telefoon over en zei dat ze later in de avond nog bij haar langs zou gaan. Net na het bezoek uur komt mijn zwager Peter om Ria op te halen. We praten nog even over wat er allemaal gebeurd is, en hoe het nu verder moet ook met de verbouwing. We spreken af dat we dat in de loop van de week verder zullen bekijken.

Ria gaat naar huis en ik probeer wat te rusten al draait het als een mallemolen in mijn hoofd. Ik heb namelijk altijd gezegd als ik mijn 42e levensjaar doorkom zonder problemen, word ik 100. En nu, spookte het door mijn hoofd lig ik hier, 42 jaar met een hartinfarct, net als toen mijn vader die was ook 42 jaar. In de nacht is er om de paar uur een verpleger die bloed komt prikken, en hij zegt op een gegeven moment dat de uitslagen weer goed zijn, ik wist op dat moment ook niet wat dat betekende.

Maandagmorgen 6 april In de loop van de dag belt Ria, en vraagt hoe het met mij gaat, waarop ik haar vertel hoe de nacht is geweest. Ze is vanmorgen gebeld door mijn tante die ongerust is over mijn moeder. Ze denkt dat ze een herseninfarct heeft doorgemaakt, en verteld haar verhaal aan Ria. Als moeder van haar koffie dronk, liep het er aan de ene kant weer uit, maar ze had dat niet echt in de gaten, ze zei dan van kijk nou is, zit ik me toch te knoeien.
Toen Ria er vanuit het ziekenhuis was langsgegaan, was haar de scheve mond ook opgevallen, en had dat tegen mijn moeder gezegd. Die zei dat het allemaal wel meeviel en dat ik maar aan onze Jan moest denken, met haar zou het wel goed komen. Ria zei tegen haar dat ze dokter Hubregtse (haar en onze huisarts) wel zou bellen, om te kijken wat die ervan zou zeggen. Eenmaal haar verhaal verteld aan de huisarts zei deze, dat hij er tegen half twaalf naar toe zou gaan, en of Ria dan ook wilde komen.
Ik zei tegen Ria het is toch alsof de duivel er mee speelt, dadelijk liggen we allebei nog in het ziekenhuis. Ria zou in de middag bij het bezoek verslag uit brengen.

Net na het middag eten komt er iemand een echo maken op mijn kamer. Op een bepaald moment roept deze er een verpleegkundige van de hartbewaking bij, om eens naar de beelden te kijken. Dit komt op mij niet zo prettig over, en ik vraag wat ze ontdekt heeft, maar ze mag hierop geen antwoord geven, dat is aan de cardioloog. Ik wist inmiddels ook, onder welke cardioloog ik werd opgenomen het was Dr. Baars, deze man zou vanaf dit moment (waar we toen nog geen besef van hadden), een belangrijke rol gaan spelen in ons leven. Als je het nog maar nauwelijks beseft dat je een hartinfarct hebt gehad, komt men al met de vraag, of aan je aan een studie wil meewerken voor een nieuw medicijn. Je moet daarvoor de voorwaarden doorlezen, en een papier onder ondertekenen. Je moet dat redelijk snel beslissen omdat je het medicijn of placebo zo snel mogelijk moet starten. Hier heb ik ja tegen gezegd, omdat je er eventueel ook anderen mee helpen, en baat het niet dan schaadt het niet. De duur van een dergelijke studie is afhankelijk van veel factoren, dus weet je eigenlijk niet hoelang het gaat duren.

Dat merk je vanzelf, en je weet ook niet wat je slikt. Het meewerken aan een dergelijk onderzoek, heeft ook zo zijn voordelen. Je wordt tijdens de controles bij de cardioloog sneller geholpen, dus de wachttijden zijn korter omdat studies voorgaan. Op het bezoekuur, komen Ria met mijn zoon Gert Jan en schoonzusje Petra bij mij op de hartbewaking. Ze hebben inderdaad mijn moeder naar de eerste hulp gebracht, waar ze onderzocht zal worden. Tijdens die eerste onderzoeken bleef mijn tante bij haar. We moesten dus afwachten wat de uitslagen zullen uitwijzen. Die middag werd mijn moeder ook opgenomen voor verder onderzoek. Dit hoorde ik later van Ria, die dit per telefoon doorgaf vanaf de afdeling, waar mijn moeder was opgenomen.

Tijdens het gesprek werd me duidelijk, dat ze heel erg van streek was, en dat ze zich eigenlijk alleen druk maakte over mij. Door dit gedrag was het moeilijk een goed beeld te krijgen van haar. Op dat moment, wist ze eigenlijk ook niet wat ze met een telefoon aan moest. Tijdens het bezoekuur van de avond van 6 april, kon ik Ria vertellen dat ik, als alles stabiel zou blijven naar de afdeling zou gaan. Ook zou dan de revalidatie gaan starten, onder begeleiding van een fysiotherapeut. Later op de avond werd het infuus al verwijderd.

Dinsdag 7 april 1998 werd ik ’s morgens, nadat de dienstdoende cardioloog en arts assistent mij onderzocht en gesproken had, verplaatst van de hartbewaking naar een eenpersoons kamer op de afdeling. Dat ik deze kamer kreeg, vond ik wel prettig, want het gaf net wat meer rust dan de andere kamers, waar 4 tot 5 personen lagen. Vanuit het raam van de kamer, had ik uitzicht op de parkeerplaats. Het enige nadeel van deze kamer was, dat er geen toilet en douche gelegenheid aanwezig was. Maar de aanwezige wastafel voldeed prima voor wat ik op dat moment nodig had. De rest bevond zich op de gang van de afdeling. De fysiotherapeut meldde zich die morgen voor de eerste oefeningen.
Hij had een oefenprogramma bij zich, waarop de dagelijkse oefeningen stonden. Dit is een programma dat 7 dagen wordt afgewerkt.
Als eerste oefening, mocht ik op de rand van het bed gaan zitten, en met de benen buiten het bed bungelen. Mijn reactie op die oefening, vond de therapeut schijnbaar wat lichtzinnig, waarop hij vroeg of ik de gang op en neer zou kunnen lopen. Ik reageerde zo van waarom ik dat niet zou kunnen. Ik mankeerde ten slotte toch niets aan mijn benen.

De fysiotherapeut nodigde me uit om het dan maar te proberen. Eenmaal op de gang en een tiental meter gelopen te hebben, moest ik het al vlug opgeven, ik kreeg weer flink pijn op de borst. Met ondersteuning van de therapeut en een verpleegster, werd ik terug in bed gelegd. Hier had ik niet opgerekend. Ik werd hier eventjes, met twee voetjes terug op de grond gezet. Zo zie je, zei de therapeut hoe dit onderschat wordt, je voelt je niet ziek, maar hebt toch een behoorlijke optater gehad. Ik kon niet anders dan het bevestigen. Ik beloofde de therapeut dat ik niets zou forceren.
Wat ik achteraf wel apart vond was, dat de therapeut zei dat hij elke dag terug zou komen, om met mij te oefenen. Ik heb hem na die eerste oefening niet meer gezien. Dus het programma is nooit afgewerkt. Nu ik dit aan het schrijven ben, bedenk ik me dat ik dit zelfde in november 2006 heb meegemaakt. Ik lag toen naast een oudere man uit Waalwijk. Ik zei toen tegen Piet, we zullen zien of hij het programma met jou wel afmaakt. Ook hier moesten we vaststellen, dat Piet het programma zelf af zou moeten maken. Was het toeval of regel, ik weet het niet. Ik heb er toen zelf maar invulling aan gegeven (elke dag wat meer doen).

Mijn moeder mocht mij tijdens de bezoekuren onder begeleiding bezoeken. Ze was meestal emotioneel en vroeg zich af waarom mij dit moest treffen, en hoe het allemaal verder zou gaan. We stelde haar dan gerust met het verhaal dat het allemaal wel goed zou komen, en dat we het maar af moesten wachten. Het was nu eenmaal niet anders.

Op woensdag 8 april, kreeg ik van de arts assistent tijdens de dagelijkse controles te horen, dat ik op vrijdag zou worden gekatheteriseerd. Ik kreeg een boekje met daarin alle informatie over het onderzoek. Het onderzoek zou door dokter Baars zelf worden uitgevoerd. De arts assistent deelde me ook mede, dat op de echo duidelijk te zien was dat het hart nogal vergroot was.
Het hart probeert, de circulatieproblemen te compenseren, daardoor vergroot het hart. Verder onderzoek was daarom nodig, om vast te stellen wat de verdere problemen waren. Aan de hand van deze uitslagen, zou een behandel- plan gemaakt worden.

Tijdens de bezoeken van Ria en GJ, gaf ik dan weer door wat er gedaan zou worden. Het was voor ons niet nieuw, maar we stonden nu aan de andere kant, dus lieten we alles maar over ons heenkomen. Wat ons verbaasde, was de enorme hoeveelheid kaarten van familie, kennissen, vrienden, collega’s en leerlingen van de lasschool die we toen kregen. Ook toen, voelde dat als een warme deken zoals Ria dat zegt. Die woensdagmiddag mocht mijn moeder na het bezoek uur het ziekenhuis verlaten. Een Doppler onderzoek had uitgewezen, dat ze een vernauwing had in een van de aders in haar hals. Ze kreeg van de behandelende arts een bedenk tijd voor een eventuele bypassoperatie. Ze heeft deze operatie nooit (ook niet onder druk van ons) laten uitvoeren, ze was er erg bang voor. Een dergelijke operatie moet binnen een jaar worden uitgevoerd, anders had het geen nut meer. Ze zei dat ze mij maar moesten helpen, want voor zo’n oude vrouw was dat allemaal niet meer zo nodig. Tussen de bezoekuren deed ik niet veel meer, dan wat tv kijken, wat op de gang rond kijken en wat praten met de lotgenoten op de kamer tegenover mij.


Op donderdag 9 aprilkomen de cardioloog en zijn assistent mij informeren wat het onderzoek precies zou inhouden. Ook stelden ze vragen, betreffende eventuele allergieën en of ik gevoelig was voor bepaalde stoffen. Ik had natuurlijk de informatie over het onderzoek al doorgelezen. Verder op mogelijke afwijkingen van het hart vooruit lopen had geen zin. Maar de mondelinge toelichting was zeer welkom. In de loop van de dag kwam de verpleging de spulletjes brengen om de liezen te scheren. Ze vroegen of ik het zelf wou doen, of iemand van de verpleging. Ik koos ervoor om dit voor mij toch delicate “karwei” zelf maar uit te voeren.

Tijdens het bezoekuur van die avond, kwam mijn zwager Peter de plannen doornemen, voor het storten van de kamervloer. Hij had een dag vrijgenomen, om de voorbereidingen te treffen zodat het betonstorten toch kon doorgaan. We bespraken mijn wensen, en ik had er alle vertrouwen in dat het helemaal goed zou komen. Ook mijn buurman werd erbij betrokken, hij zou een nieuwe gasleiding aanleggen voor een eventueel later te plaatsen gaskachel. Mijn zwager Frans, zou het beton ter plaatse maken, hij heeft hier alle benodigdheden voor. We hadden dit al ruim voor die tijd besproken.

Hij heeft een tractor en een grote aanhangwagen, waarachter hij een grote betonmolen (500 lt.) kan hangen. Op de wagen liggen dan het zand en grind. Het cement wordt apart aangevoerd. Het beton zou met kruiwagens naar binnen gereden worden.
Ik had hem nu nog niet gesproken, hij was namelijk vrijdagavond vertrokken, op een georganiseerde reis met zijn zoon Corné en een stel andere oldtimerfanaten
(van historische motoren en tractoren) naar Denemarken. Dit was uitgerekend voor hen de eerste keer, en kregen daar toen te horen dat ik in het ziekenhuis lag. Maar goed dat het nooit levensbedreigend is geweest, anders hadden ze de reis misschien wel af moeten breken. Maar goed, zoals het er nu uit zag, zou de verbouwing gewoon doorgaan.

Vrijdag 10 april 1998. Ik was al vroeg wakker en eigenlijk wel een beetje zenuwachtig. Het was de eerste keer, dat ik een dergelijk onderzoek moest ondergaan dus een bepaalde spanning is er denk ik altijd wel zonder dat je echt bang bent. De verpleging kwam de liezen controleren, en ook moest ik een speciaal jasje aan met allemaal drukkers, die aan de achterkant van het jasje sloten. Dit soort jasjes krijg je bijna altijd aan, bij operaties of verblijf op IC of de hartbewaking. Als er snel iets moet gebeuren heb je een dergelijk ding zo los en verwijderd.

Ik zou voor de middag geholpen worden, alleen de tijd was onbekend. Ergens tegen de klok van half elf werd ik naar beneden gereden naar de angiokamer. Daar stap je over naar een ander bed waar de röntgen installatie om heen draait. Dit bed is ook behoorlijk smaller. In de angiokamer, is het wel koud dus ze leggen je onder een molton dit is lekker warm. Een aantal verpleegkundige treffen de voorbereidingen voor het onderzoek. Dit bestaat uit het plakken van de stickers voor de elektroden, waarmee je aangesloten ligt op de monitor. Alle spullen die nodig zijn worden klaar gelegd binnen het bereik van de tafel.

Dan komt de cardioloog, in mijn geval dokter Baars de kamer in, en kleed zich vervolgens in steriele kleding, met daaroverheen een loodschort. Die maakt de te ontsmetten lies bloot en smeert deze in met ontsmettend jodium. Op de aan te prikken plaats in de lies, komt een doek met een doorzichtig vliesje kunststof te liggen. Dit vliesje heeft de eigenschap dat het aan de huid plakt zodat de rest als het ware wordt afgedicht voor de omgeving. Door dit vliesje wordt je aangeprikt in de slagader die in de lies zit. Eerst wordt de omgeving van de aanprik plaats verdoofd met een injectie. Als de verdoving is ingewerkt wordt de ader aangeprikt. Dan wordt er een sheet opgeschoven die lijkt op een aansluiting van een infuus. Hierdoor kunnen verschillende draden (katheters) worden ingebracht die naar en in het hart geleid worden. Als alles is geplaatst, voel je eigenlijk niets meer omdat de aderen op zichzelf gevoelloos zijn. Door de katheters spuiten ze ook de contrast vloeistof in, die het hart en de kransslagaderen goed zichtbaar maken. Deze contrastvloeistof, heeft de eigenschap dat hij op sommige momenten een warme golf in je lichaam veroorzaakt. Sommige mensen, vinden dit niet echt prettig en men waarschuwt dan ook van tevoren. Misschien dat ik afwijk van de rest, maar ik vond een hele aparte sensatie. Het vervelende van het onderzoek vond ik, het overslaan van het hart als de katheter de hartwand raakte. Wat ik als heel prettig heb ervaren is, dat dokter Baars continu zei, wat hij ging doen en wat ik op dat moment kon verwachten.

Nu na al die jaren is mijn ervaring, dat heel veel artsen dat juist niet doen, waardoor de patiënt die onder een steriele doek ligt, heel gespannen op de tafel ligt.
Als er tijdens het onderzoek, gepraat wordt tegen de patiënt wat hij kan verwachten zal de spanning minder zijn, omdat je er dan jezelf op in kan stellen. Als de patiënt aangeeft wat hij graag wil zal de uitvoerende hier meestal positief op reageren. Sommige arts-assistenten, zitten nog in het leerproces en kunnen hier dan al of niet hun voordeel mee doen. Boven je borst, draait een röntgenbuis van links naar rechts die de plaats van katheter, hart en aderen in beeld brengt. Dit is dan weer te zien op een tweetal grote monitoren. Van de momenten die belangrijk zijn worden zowel bewegende als stilstaande beelden gemaakt, die later beter bekeken en beoordeeld kunnen worden.

Het onderzoek duurde bij mij een kleine 45 minuten.
Als het onderzoek is afgerond, wordt de sheet verwijderd en aanprikpunt afgedrukt gedurende 5 tot 10 minuten. Als er geen bloed meer uitkomt, wordt er een drukverband aangebracht met het been in gebogen stand. Als je het been dan strekt wordt de wond extra afgedrukt. Zo moest je dan een uur of 3 platliggen met een gestekt been. Na die tijd, mag je rechtop zitten en moet je gaan drinken, om de contrast vloeistof uit je systeem te krijgen. Ik kreeg een injectie met lasix om dit proces te bevorderen.

Het begon al goed, ik was nog niet zolang terug op de afdeling, of dokter Baars kwam mij vertellen, dat ik weer terug moest naar de angiokamer. Na de beelden van het onderzoek bestudeerd te hebben, had hij contact gehad met een van de cardiologen van de Klokkenberg te Breda. Daar moesten ze een completer beeld krijgen van het totale hart en kleppen, om te bepalen of er gedotterd of geopereerd moest worden. De beelden die op een video stonden, werden opgestuurd richting Klokkenberg, voor verdere beoordeling. Uit eindelijk bepaalt men daar, wat het beste plan van aanpak is.
Ik moest dus nu aan de linkerkant aangeprikt worden, want aan de rechterkant zat het drukverband. Ook dit onderzoek duurde weer een kleine drie kwartier. Dokter Baars zou die middag, de uitslag van het onderzoek uitbrengen en een paar foto’s mee brengen. Op deze foto’s kon ik dan zien wat er aan de hand was. 

Rond drie uur, mochten de drukverbanden eraf, en mocht ik weer voorzichtig opstaan en wat rondlopen. Ria was met haar moeder op het bezoek uur, en zou wachten tot dokter Baars met de uitslag kwam ( ik zou is mee naar huis mogen). Maar voor die was geweest, kwam eerst zijn assistent om ons doodleuk vertellen, dat er iets mis was met de hartkleppen. Er zou een openhart operatie voor nodig zijn, om die kleppen te vervangen. Nou die mededeling kwam even aan, maar dokter Baars zou de definitieve uitslag brengen. 

Ergens tegen 4 uur kwam dokter Baars met de uitslag. Er was een vernauwing in de kransslag ader te zien en die zou gedotterd moeten worden.De video met daarop het gehele onderzoek, zou naar de Klokkenberg gestuurd worden en daar ook nog eens worden bekeken. Toen ik hem vroeg naar de slechte hartkleppen en de eventueel noodzakelijke operatie, moest hij even tot 10 tellen. De arts assistent, had duidelijk voor zijn beurt gesproken en Dokter Baars was daar zichtbaar niet blij mee, en maakte zijn verontschuldigingen. Op de eerder gemaakte echo, was een sterk vergroot hart te zien. Door deze vergroting, vervormde ook de kleppen en deze lekte daardoor. De verwachting was, dat na behandeling, het hart terug zou keren naar normale proporties. Breda zou uiteindelijk definitief beslissen, of er gedotterd of geopereerd moest worden. Dit zou bepaald worden tijdens de katheterisatie tijdens de dotterbehandeling. Dokter Baars bekeek samen met ons de gemaakte foto met daarop de vernauwing.

 



Toen kwam het goede nieuws ik mocht naar huis, om daar mijn oproep voor opname in Breda af te wachten. Naar verwachting, zou de oproep binnen drie weken plaats vinden. Met de nodige adviezen en waarschuwingen, namen we afscheid van Dokter Baars. Nadat de ontslagpapieren en recepten waren ingevuld, mochten we het TweeSteden ziekenhuis verlaten. Zie je, zie Oma tegen ons, het is maar goed dat we gewacht hebben.

Natuurlijk hebben we toen ook uitgebreid afscheid genomen van het verplegend personeel. Deze waren, zeker de eerste dagen heel belangrijk. De verzorging tijdens deze week was er ook op afgestemd, dat je leerde te aanvaarden dat je een beschadiging had opgelopen aan je hart. Ze kwamen dan ook regelmatig als het wat rustiger was, met je praten als ze bijvoorbeeld merkte, dat je het moeilijk had. Dit gebeurde zowel op de hartbewaking als op de afdeling. Ik heb dan ook de verpleging in het TweeSteden toen als prettig ervaren. De enige kritiek die ik had, betrof de arts assistent, die zichzelf met alle respect volkomen voorbij liep. Ik heb hem, na die week niet meer gezien en ik hoop voor hem, dat hij er wat van geleerd heeft.

Ik in ieder geval wel. Ik vraag alles voortaan, als ik het niet vertrouw, 2 keer.

 

 

 

 

 

www.jansauve.nl © 2007 Alle rechten voorbehouden